Ondernemingsvormen | SALKIN Finance - Bedrijfsadvies - Accounting - Belastingen

Ondernemingsvormen

 

Onderstaande informatie geeft inzicht in de verschillende ondernemingsvormen.

 

Bestemd voor:

 

  • degene die een onderneming wil beginnen
  • de zelfstandige ondernemer
  • een vennoot in een vennootschap onder firma – VOF
  • de beherende en commanditaire vennoot in een commanditaire vennootschap (CV)
  • de directeur aandeelhouder (DGA)
  • Rechtsvormen

 

Bij de keuze voor een rechtsvorm is het belangrijk te begrijpen wat de eigenschappen van de betreffende rechtsvormen zijn. Kort samengevat onderscheiden we ondernemingsvormen met en zonder rechtspersoonlijkheid bezittende rechtsvorm.

 

  • Rechtspersoon met rechtspersoonlijkheid:
  • een besloten vennootschap (BV)
  • een naamloze vennootschap (NV)
  • een stichting of vereniging
  • een coöperatie
  • Rechtspersoon zonder rechtspersoonlijkheid:
  • de eenmanszaak
  • de maatschap
  • de vennootschap onder firma
  • de commanditaire vennootschap

 

Welke rechtsvorm voor jou als ondernemer optimaal is hangt van een boel factoren af. Bijvoorbeeld wat je activiteiten zijn, hoe de eigendomsverhoudingen ingeregeld dienen te worden – met hoeveel personen met wie de onderneming wordt gedreven, etc.

 

Voorbeeld scenario met logische keuze:

 

Als de activiteiten van de onderneming voornamelijk gericht zijn op charitatieve, levensbeschouwelijke of bijvoorbeeld wetenschappelijke doelstellingen zonder winstoogmerk, dan is de rechtsvorm van een stichting of vereniging een logische keuze.

 

Wanneer de onderneming enkel door één persoon wordt gedreven, komt een eenmanszaak of BV als mogelijke rechtsvorm in aanmerking. Indien de onderneming door meer dan één persoon wordt gedreven zijn er een aantal opties te bedenken: maatschap, de VOF, BV of zelfs een NV. Het is niet zo dat wanneer een startende ondernemer gekozen heeft voor een bepaalde rechtsvorm dat hij hieraan is gebonden. Wanneer een andere rechtsvorm in latere instantie een betere ‘fit’ is kunnen de activiteiten ruisend (fiscaal afrekenen) of geruisloos (fiscale claim wordt naar de toekomst verlegd) worden ingebracht.

 

Eenmanszaak

Veel startende ondernemers kiezen voor een eenmanszaak. Vaak ingegeven door de relatief lage instapdrempel en door fiscale motieven (die bij een beperkte winst aantrekkelijker zijn dan activiteiten in een BV). Let wel: deze rechtsvorm is al zodanig niet in de wet geregeld. De bezittingen en schulden van de eenmanszaak zijn rechtstreeks eigendom van de ondernemer. Een juridisch zelfstandige status of een afgescheiden vermogen, zoals dat het geval is bij een BV, is geen sprake. De ondernemer is in deze vorm met zijn gehele privé vermogen aansprakelijk. In een huwelijk zonder voorwaarden omvat dit ook het gehele vermogen van de huwelijksgemeenschap. Om dit te voorkomen kun je (ook achteraf) huwelijkse voorwaarden laten opstellen.

 

De eenmanszaak valt onder de inkomstenbelasting. Als aan de voorwaarden voor het fiscale ondernemerschap is voldaan, dan worden de (positieve en negatieve) resultaten van de onderneming belast als winst uit onderneming. De ondernemer heeft dan tevens toegang tot de diverse ondernemersfaciliteiten.

 

Hoe is het met de sociale zekerheid gesteld?

Aangezien de zelfstandige ondernemer geen werknemer is – hij staat immers niet in een gezagsverhouding tot een werkgever – is hij in principe niet verzekerd voor de sociale werknemersverzekeringen, zoals de ZW, WW en WIA. Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ondernemers tussen 55 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd, biedt de IOAZ een inkomensgarantie tot een relevante sociaal minimum.

 

Zelfstandigen vallen onder de zorgverzekering en zijn naast de nominale premie een inkomensafhankelijke bijdrage van 5,65% (2018) over de winst uit onderneming verschuldigd, met een maximumgrondslag van € 54.614 (2018) (maximale bijdrage in 2018: € 3.085).

 

Een pensioen opbouwen, zoals een werknemer dat kan, kan de zelfstandige ondernemer niet. Hij is aangewezen op de doorgaans onvoldoende oudedagsreserve of lijfrentes. Voor sommige beroepen bestaan beroepspensioenfondsen waaraan de ondernemer (aftrekbare) premies kan/moet betalen.

 

Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

De rechtsvorm van de maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap zijn evenals de eenmanszaak rechtsvormen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten. Dit betekent dat de achterliggende maten en vennoten persoonlijk aansprakelijk zijn voor de ondernemingsschulden van de maatschap of vennootschap. Het onderscheid tussen de genoemde rechtsvormen is civielrechtelijk van aard.

 

De maatschap

De maatschap is een overeenkomst tussen twee of meer personen die erop is gericht om door middel van samenwerking een gemeenschappelijk voordeel te behalen. Om dit doel te bereiken dienen de maten geld, goederen, arbeid, goodwill, kennis of bepaalde rechten in de maatschap in te brengen en de daarmee behaalde voor- en nadelen te delen. De maatschap heeft juridisch geen afgescheiden vermogen. In beginsel binden de maten in een maatschap uitsluitend zichzelf. Doordat een maat uitsluitend zichzelf bindt, is de gebondenheid, en daarmee de aansprakelijkheid, van een maat beperkt tot de verplichtingen die ontstaan terwijl hij maat is. De maatschap wordt slechts gebonden door het handelen van één of meer maten als bevoegdelijk wordt gehandeld namens de maatschap. Hiervoor moeten de handelingen in naam van de maatschap zijn verricht en de handelende maat tot deze handelingen bevoegd zijn. Als bevoegdelijk namens de maatschap wordt gehandeld, zijn de maten ieder voor een gelijk deel gebonden en aansprakelijk. De rechtsvorm van de maatschap wordt voornamelijk aangetroffen in branches waar de persoonlijke kwaliteiten van de vrije-beroepsbeoefenaren zeer belangrijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan artsen, advocaten, accountants, belastingadviseurs, etc.

 

De vennootschap onder firma

De vennootschap onder firma (VOF) is een speciale vorm van de maatschap en wordt omschreven als een maatschap tot uitvoering van een bedrijf onder een gemeenschappelijke naam. In tegenstelling tot de maatschap zijn bij de vennootschap onder firma alle vennoten met hun gehele vermogen hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de VOF. Dit betekent dat iedere vennoot voor het volledige bedrag van de schulden van de VOF aansprakelijk is. Voor hetgeen hij meer voldoet dan overeenkomt met zijn gerechtigdheid tot de VOF, verkrijgt hij een regresvordering op zijn mede-vennoten. De vennoten in een vennootschap onder firma zijn gebonden aan alle verplichtingen van de vennootschap onder firma, ongeacht wanneer deze verplichtingen zijn ontstaan, dus ook aan de verplichting die is ontstaan toen een vennoot nog niet was toegetreden tot de vennootschap onder firma. Het risico van insolventie van één of meer van de overige vennoten ligt aldus bij de aangesproken vennoot en niet bij de schuldeiser, zoals wel het geval is bij de maatschap.

 

De VOF heeft in tegenstelling tot de maatschap wel een afgescheiden vermogen. De VOF-schuldeisers kunnen zich daarop bij voorrang boven de privé-schuldeisers verhalen. Daarnaast kunnen zij zich evenals de privé-schuldeisers verhalen op het privé-vermogen van de vennoten. Tijdens het bestaan van de vennootschap hebben de privé-schuldeisers geen verhaalsmogelijkheid op het vennootschapsvermogen. Pas na ontbinding van de vennootschap en verdeling van het vennootschapsvermogen kunnen de privé-schuldeisers zich hierop verhalen. De VOF heeft door dit afgescheiden vermogen meer juridische zelfstandigheid ten opzichte van de achterliggende vennoten dan de maatschap.

 

Als een maatschap of VOF een opdracht heeft ontvangen, zijn de maten of vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor een tekortkoming in de nakoming. Deze aansprakelijkheid blijft doorlopen, ook na het uittreden van de maat of vennoot uit de maatschap of VOF die de opdracht heeft ontvangen. In de algemene voorwaarden kan deze aansprakelijkheid worden uitgesloten.

 

Als sprake is van een duurovereenkomst, zoals een huurovereenkomst waaraan de maatschap of VOF is gebonden, kan dit tot aansprakelijkheid leiden als een maat of vennoot uittreedt. Als een maat of vennoot niet langer aansprakelijk wil zijn voor duurovereenkomsten, moet hij de weder­partij informeren over zijn uittreden als maat of vennoot.

 

Een maatschap kan zowel schriftelijk als mondeling worden aangegaan; voor een VOF is een schriftelijke overeenkomst vereist om het bestaan hiervan te kunnen bewijzen op grond van een wettelijk bewijsvoorschrift. Deze bepaling is in de rechtspraak opgerekt, zodat ook op grond van andere schriftelijke stukken het bestaan van de VOF kan worden bewezen, zoals briefwisseling tussen de vennoten. Overigens verdient het in alle gevallen aanbeveling een schriftelijke overeenkomst aan te gaan om bewijsproblemen te voorkomen. De deelgenoten in een maatschap of VOF kunnen zowel natuurlijke personen zijn als rechtspersonen of een combinatie van beiden.

 

Fiscale aspecten

Voor de fiscale aspecten is van belang dat iedere maat en/of vennoot geacht wordt een eigen onderneming te drijven. De maatschap en VOF zijn zelf niet belastingplichtig voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting. Dit zijn de achterliggende maten en/of vennoten. Zijn de maten/vennoten rechtspersonen, dan is sprake van belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Zijn de maten/vennoten natuurlijke personen, dan is sprake van belastingplicht voor de inkomstenbelasting. Doordat iedere maat/vennoot geacht wordt zijn eigen onderneming te drijven, wordt hij zelfstandig belast voor zijn gerechtigdheid in de winst van de maatschap of VOF. Dit betekent dat iedere maat/vennoot – binnen de grenzen van goed koopmansgebruik – de fiscale winst op zijn eigen wijze kan bepalen, onafhankelijk van wat zijn collega-ondernemers doen. In de praktijk wordt de winst van iedere maat/vennoot doorgaans afgeleid van de winst van de maatschap of VOF die dan overeenkomstig de winstgerechtigdheid van de maat/vennoot tot deze winst aan iedere maat/vennoot wordt toegerekend.

 

Een maat of vennoot zal voor de door hem behaalde winst doorgaans worden belast op grond van de bron winst uit onderneming. Doorgaans gelden ook de ondernemersfaciliteiten. Dit is slechts anders, indien het samenwerkingsverband zelf geen ondernemingsactiviteiten uitoefent, maar zich bezighoudt met normaal vermogensbeheer, zoals het beleggen van vermogen. Dan wordt de maat of vennoot in de inkomstenbelasting belast in box 3, zodat de maat/vennoot geen beroep kan doen op de ondernemersfaciliteiten.

 

Hoe is het met de sociale zekerheid gesteld?

Voor de socialezekerheidsaspecten wordt verwezen de eenmanszaak. Deze aspecten liggen voor de maat van een maatschap respectievelijk vennoot van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap niet anders.

 

Commanditaire vennootschap

De commanditaire vennootschap (CV) is een samenwerkingsvorm tussen één of meer beherende en één of meer commanditaire vennoten. De commanditaire vennootschap is net als de vennootschap onder firma, een overeenkomst tot uitoefening van een bedrijf. Bij de CV is net zo als bij de VOF sprake van een afgescheiden vermogen. De commanditaire vennoten, ook wel stille vennoten genoemd, vervullen de rol van geldschieters. De beherende vennoten van een CV voeren het beheer over de goederen van de vennootschap en treden dan ook als zodanig naar buiten op. Zij zijn dan ook, net als de vennoten van een VOF, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de CV. De commanditaire vennoten daarentegen nemen een positie op de achtergrond in en treden niet als zodanig jegens derden op. Als de CV een onderneming drijft zijn zij dan ook niet verder aansprakelijk dan tot het bedrag van hun inbreng in de CV. Verrichten zij toch externe beheersdaden jegens derden, dan worden de commanditaire vennoten, net als de beherende vennoten, hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de CV. Voor de derde is dan immers niet duidelijk of hij nu handelt met een hoofdelijk aansprakelijke beherende vennoot of met een beperkt aansprakelijke commanditaire vennoot. Oefent de commanditaire vennootschap geen bedrijf uit, maar belegt zij bijvoorbeeld slechts in onroerende zaken, dan geldt de beperkte aansprakelijkheid van de commanditaire vennoten niet, aangezien in die situatie het Wetboek van Koophandel niet van toepassing is. Denk bijvoorbeeld hierbij aan de risico-aansprakelijkheid voor de eigenaar van een onroerende zaak.

 

Een CV ontstaat bijvoorbeeld doordat een uittredende vader zijn firmakapitaal in de VOF laat en omzet in commanditair kapitaal; de VOF evolueert dan tot CV. Hiernaast kan een ouder met zijn kind een CV aangaan, waarbij het kind de beherende vennoot wordt en de ouder commanditaire vennoot en deze laatste zijn onderneming inbrengt als commanditair kapitaal.

 

Fiscale aspecten

In het kader van een bedrijfsopvolging kan een ondernemer zijn eenmanszaak omzetten in een commanditaire vennootschap waarin hij commanditaire vennoot en de toetreder (bijvoorbeeld zijn kind), de beherende vennoot wordt. Het voordeel hiervan is dat de onderneming niet wordt geacht te zijn gestaakt, zodat een fiscale afrekening over de stakingswinst kan worden doorgeschoven naar een later moment. Dit kan de verkoop van de onderneming, of van de commanditaire participatie zijn. In deze situatie hoeft de oudedagsreserve niet te worden opgeheven. De commanditaire vennoot kan gebruik maken van doorschuiffaciliteit aan mede ondernemers. Deze personen moeten echter op het moment dat van deze faciliteit gebruik wordt gemaakt wel al drie jaar mede ondernemer zijn in de betreffende onderneming. In de situatie dat een ondernemer zijn onderneming heeft ingebracht in een commanditaire vennootschap, is bij beëindiging van zijn medegerechtigdheid de faciliteit van de stakingslijfrenteaftrek van toepassing. De stakingsaftrek gaat echter aan zijn neus voorbij.

 

Besloten vennootschap (BV) en naamloze vennootschap (NV)

Een onderneming kan eveneens worden uitgeoefend in de rechtsvorm van de BV of de NV. Deze bezitten rechtspersoonlijkheid en zijn daardoor zelfstandig drager van rechten en plichten. Aldus neemt zij zelfstandig en op dezelfde wijze als een natuurlijk persoon deel aan de rechtsorde, via de organen van de vennootschap. Dit zijn het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders en eventueel de raad van commissarissen. Met name de BV-vorm leent zich ervoor om er zowel door één persoon de onderneming in uit te oefenen – de BV heeft dan slechts één aandeelhouder – als door een samenwerkingsverband met meerdere personen aan te gaan. In dit laatste geval kent de BV meerdere aandeelhouders.

 

Burgerlijk Wetboek

De rechtsvorm van de BV en NV is geregeld in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze wettelijke regeling heeft enerzijds tot doel om misbruik van met name de BV-vorm te voorkomen en anderzijds om schuldeisers voldoende waarborgen te bieden voor verhaal van hun schuldvordering. De wet vereist dat de NV beschikt over een minimaal aandelenkapitaal van € 45.000 dat als buffervermogen ten gunste van de schuldeisers dienst doet. Bij de BV is de waarborg voor schuldeisers geregeld via een toets bij o.a. dividenduitkeringen. Voor de oprichting van een BV is een rechtshandeling vereist, een notariële akte, en een deelneming in het maatschappelijk kapitaal van ten minste € 0,01 door één oprichter. In de statuten moet de nominale waarde van de aandelen worden vermeld. Bij uitgifte van aandelen moet daarop de volledige nominale worden gestort, tenzij met de BV is overeengekomen dat (een deel van) het nominale bedrag pas later hoeft te worden gestort. Sinds de invoering van de Flex-BV wetgeving per 1 oktober 2012 is het minimumkapitaal van € 18.000 afgeschaft, net zo als de vermelding van het maatschappelijk kapitaal, maar het blijft mogelijk dit vrijwillig te doen. De inbrengcontrole bij storting in geld of natura is vervallen. Wel blijft een beschrijving van wat wordt ingebracht verplicht.

 

De bestuurders zijn verplicht de BV in te laten schrijven in het handelsregister. De notariële akte bevat een verklaring van de oprichter, de statuten en de vermelding van het bij de oprichting geplaatste en gestorte kapitaal. Een BV kan aandelen met een beperkt en zonder stemrecht uitgeven. Daarnaast kunnen winstrechtloze aandelen worden uitgegeven. Aandelen mogen niet zowel stemrechtloos als winstrechtloos zijn, aangezien anders geen sprake is van een aandeel. Het bestuur van de vennootschap dient schriftelijk vast te leggen welke besluiten zijn genomen door alle aandeelhouders; deze lijst dient ter inzage te liggen bij de vennootschap voor alle aandeel- en certificaathouders.

 

Ten slotte dienen alle NV’s en BV’s in hun jaarverslag opgaaf te doen van de nevenvestigingen in het buitenland, alsmede van de eventuele afwijking in de handelsnaam hiervan.

 

Verschillen tussen de BV en de NV

De BV en de NV verschillen in zoverre van elkaar dat de aandelen van een BV op naam luiden en die van een NV aan toonder zijn. Een BV heeft dan ook een aandeelhoudersregister, zodat op elk moment bekend is wie de aandeelhouders zijn. Het is mogelijk in de statuten van een BV op te nemen dat de aandelen van een BV niet vrij overdraagbaar zijn. Hiervoor kunnen in de statuten van een BV dan ook blokkeringsclausules – veelal bestaande uit een aanbiedingsregeling en/of een goedkeuringsregeling – worden opgenomen. Een goedkeuringsregeling houdt in dat de aandelen van de BV eerst na goedkeuring van bijvoorbeeld de directie of de algemene vergadering van aandeelhouders kunnen worden verkocht aan derden. Een aanbiedingsregeling houdt in dat de aandelen eerst moeten worden aangeboden aan de mede-aandeelhouders en, als deze aandeelhouders de aandelen niet willen afnemen, pas daarna de aandelen kunnen worden verkocht aan derden. Voorts is voor overdracht van de aandelen in een BV een notariële akte vereist. Voor de overdracht van aandelen in een NV is een notariële akte niet nodig.

Contact Opnemen Offerte Aanvragen Prijscalculator
Contact opnemen?
040 - 22 01 946
contact@salkinfinance.com